Feestgedruis in Rockanje sur Mer. Zet uw feestneus op en neemt allen een mirliton mee

Het was in die dagen dat Ahmed Aboutaleb pas burgemeester van Rotterdam was en dat tijdens een strandfeest in Hoek van Holland de politie een jonge feestvierder dood schoot nadat door drank en oorverdovende muzak de zaak volstrekt uit de hand was gelopen. Er bleken onvoldoende veiligheidsmaatregelen te zijn genomen. Dit werd Aboutaleb als verantwoordelijk portefeuillehouder door de gemeenteraad van Rotterdam zwaar aangerekend. Hij heeft moeten vechten voor zijn positie. Aboutaleb had zich wel degelijk laten adviseren over de feestelijkheden en zijn adviseur openbare veiligheid, het toenmalige CDA-raadslid A. Littooij in de raad van Westvoorne, had hem gezegd dat het allemaal prima kon.

Littooij, met in het achterhoofd ongetwijfeld de bruiloft van Kanaän, was zelf niet vies van luidruchtige feestjes. Hij was o.a. een vurig pleitbezorger van een boulevard door het gemeentelijk duingebied van het 1ste Slag naar het 2de Slag.
Het feestje in Hoek van Holland is Littooij lelijk opgebroken. Aboutaleb kon hem niet meer zien en hij werd weggepromoveerd naar de Veiligheidsregio Rijnmond (VVR) als corporate executive officer. Met Hoek van Holland in het achterhoofd moet hij hebben gedacht dat hij zijn verdere carrière-perspectieven niet langer in de waagschaal wilde leggen voor strandfeestjes.
Namens de VRR eist hij dan ook voldoende veiligheidsmaatregelen zodat de ordehandhavers bij calamiteiten voldoende aan- en afvoerwegen hebben om zich veilig uit de voeten te kunnen maken. Want dat was de makke in Hoek van Holland, de politie werd het duin gedreven door bezopen feestgangers met kapot geslagen flessen in de handen en voelde zich terecht bedreigd.

Onder druk van de VRR moet onze feestneus-burgemeester P. de Jong wel met maatregelen komen om de arme strandtenthouders in Rockanje het brood niet uit de mond te stoten. Er moeten brede doorgangen naar het strand komen, de strandpleinen worden keerlussen zodat onze prinsemarij zich snel kan terugtrekken als het dronken feestvolk uit de strandtenten oprukt.
In het voorstel “verbreding strandopgangen” gewaagt de burgemeester ook van calamiteiten in verband met alcohol. Hij kent het gevaar dus. Maar ach, die arme strandtentexploitanten die alleen in leven kunnen blijven als ze het jaarrond rotzooi mogen trappen in een Natura 2000 gebied. Dus mag de raad een krediet van € 72.000 voteren om de exploitanten voor armoede te behoeden.

De Mus heeft een veel beter idee. Strandtenten ‘s winters weer dicht. Geen dolle commerciële feesten meer op het strand, schaf meteen 4wheeldrive wedstrijden ook maar af en doe als verantwoordelijk gemeente wat je doen moet: zorg eens een beetje voor Voorne’s Duin in plaats van het uit te buiten.
Waar blijft Natuurmonumenten eigenlijk, die hebben de servituten om het tegen te houden.

Enfin, de behandeling van dit drama aanstaande dinsdag 7 maart in dit theater, gemeentehuis Rockanje, aanvang 8 uur.
Zet uw feestneus op en neemt allen een mirliton mee.

Paradijs

Het paradijs van mijn jonge jaren wordt verkocht. De grote uitverkoop van de gemeente Westvoorne raakt nu ook Duinrand 18. Het gaat van de hand voor € 296.000. Eigenlijk bestond het paradijs al niet meer toen aan het einde van de jaren ’80 van de vorige eeuw de oude boerenbehuizing met houten zomerhuisjes werd vervangen door een bungalow. Sindsdien heb ik de plek niet meer bezocht en geprobeerd de droom te behouden.

Als jonge moeder woonde ik met twee kindertjes in een zomerhuisje. Niet dat het in de winter mocht, maar ook toen al stelde het handhavingsbeleid van de toenmalige gemeente Rockanje niets voor. Want als er in de winter gecontroleerd zou worden op nachtelijke slaappartijen kwam er een mannetje tegen een kleine vergoeding waarschuwen en verkaste ik met mijn meisjes in de nachtelijke uren naar bedden in het woonhuis. Om, zodra de kust weer veilig was, terug te verhuizen naar het zomerhuisje met het potkacheltje en zijn roodgloeiende buikje. De kindertjes speelden in het zand, ik schreef, of redde mijn kat uit de strikken van de jachtopziener. Ik beken: het dier vrat zeldzame vogeltjes en vooral kleine konijntjes. Mea culpa, mea maxima culpa. En bijna dagelijks trok ik de kinderwagen over de paden door het toen nog mulle zand van Voorne’s Duin. Brede water, bij de Zwarte Hoogte door het buitenduin naar het strand. De bunkers uit de Tweede Wereldoorlog lagen nog aan de voet het duin, nu in zee verdwenen. Na berichten in de Nieuwe Brielsche Courant over een enge man in het duin nam ik onder het matrasje van de kinderwagen het broodmes mee. De enge man heb ik nooit ontmoet. ’s Nachts luisterde ik naar het heien van de palen voor de Haringvlietkering.
Omdat ik al een beetje op de duinheks begon te lijken op vrijdagmiddag naar de kapper in Rockanje. Vrijdagsavonds kwam pappa thuis als hij in het weekend niet hoefde te werken en dan wil je er toch een beetje uitzien.

Ik raakte thuis in Rockanje en wel zo hecht dat ik bij afwezigheid van mijn gastheer en gastvrouw de kippen voerde, de eieren raapte en de geiten molk. Een was een kreng die altijd probeerde het emmertje melk om te trappen als zij uitgemolken was. De kinderen blij als moeders niet tierend uit het geitenhok kwam. “Voorbij, o en voor goed voorbij”, naar de dichter Bloem. U weet wel die van de strofen : “Altijd november, altijd regen / Altijd dit lege hart, altijd”.

Het sprookje is uit. Het paradijs is een definitieve woonlocatie geworden. De erfpacht kon worden afgekocht, omdat, zo staat in het collegebesluit, de gemeente toch niets met de grond kan. En met de bodem van de gemeentelijke schatkist in zicht: dan maar te gelden gemaakt. Dat dit zo maar kan begrijpt de Mus niet. Ooit heeft de gemeente de grond geschonken gekregen van de socialistische familie Lycklema à Nyenholt op voorwaarde dat de grond altijd publiek eigendom zou blijven en alleen maar in erfpacht mocht worden uitgegeven. Ach, het historisch besef van het gemeentebestuur mag heden ten dage rudimentair genoemd worden. Vandaar natuurlijk dat in Westvoorne het carbidschieten tot gemeentelijk erfgoed wordt verheven.

“Samen Doen”: moeilijker dan je denkt

Samen doen, wat klinkt dat gezellig. “Zullen we dat samen doen?” zei de Mus vroeger wel eens tegen kinderen en later kleinkinderen. Een leuk projectje als tafel dekken, afwassen, blad harken, noemt u maar op. En voor je het wist was het een chaos. Dat heeft de gemeente nu ook. Daar kwam ook het project “Samen doen”. Burgers konden ideeën lozen en als het gemeente bestuur er wat in zag mochten de burgers het met vrijwilligerswerk op poten zetten, plus een subsidie en de zegen van de overheid. Nou, zo werkt het dus niet. De lokale burgerkrachten zijn toch wat minder daadkrachtig dan verwacht mocht worden. De participatiepudding zakte ineen. En de meeste projecten mislukten deerlijk.

De gemeente gaat dus het participatiebeleid door ontwikkelen “van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie”. Er komt in de woorden van de hedendaagse welzijnscommunicatie een “centraal portaal” met een “toolkit” en er moet geld komen voor de opleiding van personeel. Want burgers, lieve mensen hoor, denken dat het met overheidsgeld leuk ondernemen is, alleen veel kaas hebben ze er niet van gegeten. Sterker nog, de burger heeft het vertrouwen van de overheid intussen lelijk beschaamd.

Zie het paradepaardje van de happy few van Oostvoorne, de Koepel Zeeburg. Tonnen overheidsgeld is er aan gespendeerd, maar het betonnen kolosje blijft een geld vretende sta in de weg aan de Stationsweg, of hoe het daar mag heten. Weinigen hebben er behoefte aan. Er is wel weer een nieuwe huurder gevonden, een serviceclub. Dat is meestal een verzameling heren die onder de naam van Rotary of Kiwani o.i.d. op gezette tijden bij elkaar komt om de wereldproblemen te bespreken en hun eigen zaken te regelen. Het is de Mus ter ore gekomen dat onze burgemeester ook graag bij zo’n club wil horen. Hij moet er voor uitgenodigd worden. Die serviceclub heeft, ongetwijfeld met geld uit gemeenschapskas, een stichting opgericht. En geachte lezers ze gaan in de Koepel de gordijnen ophangen en in ruil daarvoor betalen ze in het eerste jaar geen huur. De gemeente zucht al bij voorbaat: Ër moet rekening mee worden gehouden dat de stichting niet aan zijn verplichtingen kan voldoen.”

Ook het Oude Raethuys in Oostvoorne heeft een zware pijp gerookt. De burgerparticipant wil zijn geld terug omdat de Oostvoornaars geen belangstelling hadden in zijn handel. Intussen is er wel schade aangericht aan de oude beuken op het pleintje naast het oude gemeentehuis door de aanleg van een speeltuin.
“Doe het niet, dan gaan de beuken dood” riepen verstandige burgers nog. Maar alleen als je in Westvoorne participeert in idiote plannen wordt je gehoord. De kosten om de beuken, indien mogelijk, te redden: € 8.819.
Beuken krijgen het bij dit gemeentebestuur wel voor hun wortels. Bij de oude school aan de Strypsedijk In Tinte is al een gezonde beuk gesneuveld om de winkelpui in de zijgevel goed zichtbaar te maken. Een kastanje op het achterpleintje van de school is al op sterven na dood. De Mus is benieuwd wanneer de gemeente ook de stekker uit dit voorbeeld van burgerparticipatie trekt.