Blauwalgen in toprecreatiegebied Oostvoornse Meer

Het water in het beoogde toprecreatiegebied Oostvoornse Meer is vervuild met blauwalgen en zwavelbacteriën, die drijflagen vormen. Deze drijflagen vervuilen de oevers van het meer in de zomermaanden met een stinkende drab geurend naar rotte eieren. Dat wordt dus straks naast het attractieve zwemmen met de zeehondjes ook gezellig rondspartelen met de blauwalgen. Een topattractie erbij? Dat nu ook weer niet. Waterschap Hollandse Delta kondigde in de nieuwsbrief van 20 maart jl. aan samen met de gemeente Westvoorne een onderzoek te starten naar de oorzaak van de drabvorming. Wellicht ligt die bij de recente zoutinlaat, aangelegd na de constatering dat het Oostvoornse Meer begon te verzoeten, hetgeen de waterkwaliteit ook niet ten goede kwam.

Nu wordt getwijfeld of de zoutinlaat wel een goed besluit was, want de waterkwaliteit verviel van kwaad tot erger. De zoutinlaat geschiedt vanuit de Mississippiehaven in het Rotterdamse haven- en industriegebied (HIC). Nu vermoedt het waterschap dat met het zout ook vervuilende stoffen als CO2 en stikstof aan het meer worden toegevoegd waardoor het water verzuurt.
Hoe het waterschap er toe kon komen zout water in te laten vanuit het HIC is Nieuwsmus een raadsel. Het Rotterdamse havenbedrijf stoft wel op het Rotterdam Climate Initatieve, maar als je kolencentrales op de Maasvlakte toelaat zonder schriftelijk vastgelegde afspraken te maken over de CO2 uitstoot, dan weet je dat geeft smeerboel. “De originele klimaatsdoelstellingen zijn daarmee dus definitief overboord”, zo meldde NRCHandelsblad in de krant van 13-2-2015.
Of het opheffen van de zoutinlaat resultaat zal hebben is twijfelachtig. Het uitblazen van CO2 door onder meer de kolencentrales over het Oostvoornse Meer zal niet stoppen. Het toprecreatiegebied ligt nu eenmaal tegen een behoorlijk vervuilend industriegebied aan en zelfs de 50 meter hoge puinberg zal die vervuiling niet stoppen.

Het is onbegrijpelijk dat de gemeente Westvoorne niet robuust te hoop loopt tegen de voorschrijdende klimaatsverslechtering in zijn gemeente. Sterker nog, de wethouder ruimtelijke ordening B van der Mey, voormalig adjunct gemeentesecretaris te Lisse, is nog steeds goede vriendjes met het HIC gezien het gezamenlijk onderzoek met het havenbedrijf naar mogelijkheden van de beoogde puinberg voor de recreatie. Merk op hoe de brave man nog steeds alleen over zand spreekt en niet over het puinhart van de afscheidingswal. Nee, hij ziet paragliding, skihellingen en rodelbanen, zelfs sleetje rijden als verrijking van de recreatiemogelijkheden, want in Frankrijk doen ze dat ook. Zou onze voormalig adjunct gemeentesecretaris te Lisse zich wel eens afvragen of dat allemaal wel kan zo dicht in de nabijheid van een Natura 2000 gebied? Komt het wel eens bij hem op dat de broedende strand- en waadvogels ernstig worden verstoord door de hard core sportslui, zoals nu al gebeurt door het kitesurfen?
Nee de wethouder – voormalig adjunct gemeentesecretaris te Lisse – ziet zelfs te midden van het puin een hotel verrijzen met andere zijde bedrijfsgebouwen voor het HIC. Zou het hem ontgaan dat het havenbedrijf zijn activiteiten dan direct uitbreidt op het grondgebied van Westvoorne? Dat het gebied binnen de veiligheidcontour ligt waar de veiligheid van mensen niet is gewaarborgd? Dat schadelijke stoffen uit het puin kunnen uitlogen naar het water van het Oostvoornse Meer?

Waar is de tijd gebleven dat Westvoorne, of was het toen nog Oostvoorne, bezwaar maakte tegen het storten AVR afvalslakken als scheidswal tussen Oostvoorne en het HIC? Procedure bij de Raad van State gewonnen, meneer van der Mey, voormalig adjunct gemeentesecretaris te Lisse.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *