Gezondheidsrisico’s op het platteland! Gezondheidsraad vindt endotoxinen en bacteriën in de verre omgeving rond veehouderijen.

De uitbraak van de geitenziekte Q-koorts onder mensen heeft doden en bij veel zieken blijvende gezondheidsschade veroorzaakt. Trekt de overheid daar lering uit? Het lijkt er niet op. De ministeries van Volksgezondheid en Economische Zaken, Infrastructuur en Milieu hebben hun adviserend college de Gezondheidsraad opdracht gegeven een onderzoek in te stellen naar de gezondheidsrisico’s voor mensen op het platteland. Nou, die zijn er. Na de uitbraak van de geitenziekte Q-koorts met doden en blijvend letsel na besmetting, na de overdracht van de vee gerelateerde MRSA-bacterie op mensen, met alle risico’s van dien voor de zieken en zwakkeren onder ons, weten we dat al. Waar we op zitten te wachten is op maatregelen om te voorkomen dat mensen ten plattelande ziek worden van dierziekten. Die maatregelen heeft de Gezondheidsraad nog niet voorhanden zoals uit de conclusies van hun onderzoek ‘Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen’ blijkt. Er zijn geen veilige afstanden aan te geven tussen veehouderijen en woningen op het platteland. De Gezondheidsraad weet het niet!

De Land- en Tuinbouw Organisatie LTO heeft de uitkomsten van het onderzoek in dank aanvaard. In hun blad Nieuwe Oogst zegt het bestuurslid Ton van Hoof: “Het instellen van minimale afstandsnormen tussen burgerwoningen en veehouderijen kan wetenschappelijk niet worden onderbouwd. De risico’s voor de gezondheid van mensen in de nabijheid van veehouderijen zijn niet aangetoond.” Een uitspraak die overigens kant noch wal raakt, want het onderzoek zegt wel dat “zoönosen”, van dier op mens overdraagbare ziekten, over kilometers afstand besmetting kunnen veroorzaken bij mensen zoals bij de uitbraak van de Q-koorts is gebleken. Nu moet gezegd dat de Gezondheidsraad het de LTO wel heel gemakkelijk maakt om te pleiten voor afschaffing van zelfs de marginale afstanden van de Geurwet. “Maatwerk” roept de LTO. Hetgeen zoveel inhoudt als maatregelen treffen die zo weinig mogelijk kosten. En dat sluit naadloos aan op het spanningsveld tussen gezondheidsrisico’s en de economische belangen dat de Gezondheidsraad op het platteland ontwaart. Nu er geen veilige afstanden kunnen worden aangegeven tussen veehouderijen en menselijke bewoning zijn de gemeenten de eerst geroepenen om dat spanningsveld te verkennen. Dat vindt de LTO ook gezien hun invloed op de besturen van plattelandsgemeenten. Zo dringt de club aan op grotere bouwvlakken voor nog grotere en hogere stallen. Allemaal ten behoeve van het dierenwelzijn, terwijl de Gezondheidsraad juist vermoedt dat die zeer open stallen ook grotere emissiebronnen zijn van “microbiële agentia” (lees bacteriën als MRSA gevonden binnen een straal van 1 km rond veebedrijven) en endotoxinen (ziekmakende micro-organismen die vooral kinderen en zwakkeren kunnen treffen). Gemeenten worden uitgenodigd beleid te maken voor zaken die centraal geregeld moeten worden. Gemeenten moeten oplossingen verzinnen waar de rijksoverheid het laat afweten.

De LTO ziet dat anders. Kijk, al die bangigheid bij burgers voor dierziekten zit maar tussen de oren. Dat zegt de Gezondheidsraad ook tussen de regels. Verminder de stank en de burger denkt dat hij veilig woont. Luchtwassers schijnt het toverwoord te zijn. Dat kan helpen als luchtwassers goed worden onderhouden. Er is echter geen instantie die daar op let. Of ze ook helpen tegen de ziekteverwekkers die zo ruimhartig door de lucht over huizen, weiden en akkers worden verspreid, is nog niet wetenschappelijk onderzocht…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *