Driewieler

Sommige kinderen in de Haagse straat waar de Mus woonde hadden een driewieler waarmee ze over de stoep reden. Hartstikke jaloers was ik. Zulk duur speelgoed zat er bij mij thuis niet in. Nu ik oud ben lijkt het er op dat ik, als ik nog wil fietsen, aan de driewieler moet. Dezer dagen heb ik een eerste poging gedaan er een te verwerven. Tweedehands natuurlijk. Splinternieuw zijn die dingen, voor de vrije vogel die ik altijd was, niet te betalen. Dus mocht ik komen proefrijden. “Dan ga ik wel mee”, sprak mijn dochter. En zo geschiedde.

De driewieler bleek een “easy rider”. Kreeg Mus natuurlijk meteen associaties met de “Wild West”, vrijheid, wapperende haren. Maar tegelijkertijd raakte ik danig geïmponeerd. Daar stond een glanzend gevaarte met kleurige lichtjes want ook nog electrisch aangedreven. “U rijdt er zo op weg”, had de eigenaresse beloofd. Maar dat viel lelijk tegen. Plaats genomen hebbend op de zetel bleken de trappers niet onder mij te zitten maar voor mij. Die nieuwigheid had ik niet verwacht. Ik koerste ook meteen de tuin in. Stevig plantte ik mijn voeten nog net op het grint. “Er zitten handremmen op”, sprak een aardige, geduldige man, die mij op mijn eerste fietstocht zou begeleiden. “Ik hou u vast, er kan niets gebeuren, u kunt niet vallen”. En zo geraakten wij op de smalle openbare weg. En daar lag/zat ik dan op dat stoeltje. Voor mijn neus mijn twee bewegende knieën, daartussen een draaiend wiel en daar ging ik weer naar rechts, toch al niet mijn meeste geliefde richting. Weer die voeten op de weg als laatste redding.
“U moet recht voor u uitkijken”, sprak de man achter mij. Er kan niets gebeuren. En ineens gingen mijn gedachten naar lang geleden. Toen ik op een gehuurd fietsje ( een kwartje per uur) fietsen leerde op het Haagse Kaapseplein. Mijn vader rende achter mij terwijl hij het zadel van het fietsje vasthield. “Doortrappen, doortrappen en recht voor je uitkijken”. Toen mijn vader dacht dat het wel ging moet hij het fietsje hebben losgelaten. Daar ging, recht op een vrouw af en parkeerde de fiets met grote precisie recht tussen haar benen.

Zo ver kwam het nu niet. Ik wilde terug naar het uitgangspunt. De fiets keren verliep ook al niet soepel. Bevend kwam ik aan bij de eigenaresse. Ik ben bang dat dit het niet wordt”, sprak ik en ik keek met spijt naar de mooie glanzende fiets.
“Je keek als een bang konijn in de lichtbak van de stroper”, zei mijn dochter terug naar huis. Maar ik heb nog een kans. Er zijn ook driewielers met een zadel en de trappers beneden en misschien beter niet electrisch.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *