Relatiegeschenk

De Glorie van Westvoorne wordt het relatiegeschenk van het Westvoornse gemeente bestuur aan hoge bezoekers. Waar gaat het over? Over wandelroutes in het Westvoornse, eerder uitgezet door een wandelende dominee. Altijd een veilig onderwerp, zullen BenW denken. Maar dat kan verkeren. Op de foto in de heraut van Westvoorne herkende Mus al direct zo’n pracht locatie die jaren geleden door BenW zelve ernstig werd bedreigd. Het is het plaatje van de Strypse Wetering vanaf het bruggetje in de Rockanjese Dwarsdijk. Dankzij het hardnekkige verzet van omwonenden en de Vereniging van Verontruste Burgers van Voorne kwam de voorgenomen nieuwe veehouderij met zijn negen meter hoge schuren er vooralsnog niet. En hoe zal het aflopen met het historisch aanzien van het eeuwenoude fort Pensersdijk nu daar volgens een gemeentelijke advertentie in het huis-aan-huis-blad een nieuwe “infrastructuur”wordt aangelegd? Nog gauw even een rondje maken voor je daar door veilingwagens uit het Brielse of uit het Tintse van de weg wordt gereden?

En dan het citaat uit de speech van een gastspreker tijdens de feestelijke inhuldiging van het relatiegeschenk: Uitsluitend de elite zou in vroeger jaren hebben gewandeld omdat de armen in de jaren van de wandelende dominee Craandijk met lopen geen geld konden verdienen. Hoe zouden de armen uit die tijd zich hebben voort bewogen anders dan op hun twee benen vanwege hun verdienmodel? Daar weet de Mus, uit de mond van de lang geleden overleden Jaap Looij van de Duinrand opgetekend, nog een treffend verhaal over te vertellen.
Zijn grootmoeder woonde met zes kinderen in een duinhuisje waar nu het Badhotel staat. Ze was zo arm dat ze iedere zaterdag bij de domineesvrouw aan de achterdeur van de pastorie het gebruikte koffiedik mocht ophalen om daar zelf weer koffie van te zetten. Eén keer in de week kocht zij een stukje spek dat zij in zes stukjes sneed voor elke dag één. Ze verdiende een schamel inkomen door voor de Rockanjese huisarts recepten op te halen bij zijn apotheekhoudende collega in Oudenhoorn. Lopend, want een fiets zat er voor haar niet in. Soms moest ze voor een spoedgeval ook ’s nachts. Dan nam ze haar kinderen mee omdat zij die niet alleen in haar huisje wilde achter laten. Lopend in de stikdonkere nacht zal ze niets van het landschap hebben meegekregen. Maar ze had er een kwartje mee verdiend. Met lopen dus.
Zou de echte geschiedschrijver willen opstaan?

PS de “infrastructuur” bij fort Pensersdijk betreft “tegeltjes in de keuken”. Mus wist niet dat infrastructuur zo’n brede spreiding heeft dat het zich ook uitstrekt tot een betegeld wandje boven het aanrecht.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *