Groei is afval. Maar we maken er nieuwe natuur mee.

Wat leven wij toch op een rare planeet en dan in het bijzonder op die speldenknop die Nederland heet. Al decennia lang wordt ons voorgehouden dat economische groei welvaart betekent. Nu die groei exponentieel is geworden blijken wij, omringd door luxueuze goederen, op en onder een afvalberg zijn komen te wonen. Wij produceren afval aan lopende band, we leven er op en onze atmosfeer wordt zwaar van de CO². Onze drie “hubs” – Schiphol, de haven en industrie van Rotterdam en de glastuinbouw blijven bergen afval produceren. Onze zogenaamde nieuwe natuur wordt aangelegd op “licht” verontreinigde bagger en op “licht” verontreinigde gronden afkomstig uit wateren en van bouwrijp gemaakte terreinen, niet alleen uit Nederland maar ook België. In de baggerberging tussen de Maasvlakten I en II, met de verneukeratieve naam “Slufter” wordt zwaar verontreinigde bagger en grond gestort. Dit alles uiteraard tegen een forse vergoeding. Waar Nederlandse bedrijven al geen geld uit maken. In deze vorm van oplichterij gingen onze voorvaders/kooplui ons al voor. Die importeerden kwaliteitswijn uit Frankrijk, versneden de wijn met water uit de gracht en verkocht het product als “kleine wijnen”. Je moet er maar opkomen.

In Nederland waren zo’n 40 jaar geleden 700.000 stortplaatsen van industrieel afval bekend. De meesten ervan liggen nog onaangeroerd. Want waar moet je met de troep naar toe? Meerderen ervan liggen in onze nabije omgeving, bij voorbeeld op de bodem van de gedempte zwaaikolk van het Hartelkanaal. Daar werden aan het einde van de zeventiger jaren van de vorig eeuw honderden vaten met aldrin, dieldrin en endrin keurig in rijen afgezonken om pas kort geleden doorgeroest en wel weer zichtbaar te worden bij de aanleg van een nieuw haventerrein op de Hartelstrook. De vaten afkomstig van bedrijven uit het Europoort/Botlekgebied en daar gestort nadat aan het begin van de tachtiger jaren een wereldwijd verbod op de productie en verkoop van drins werd uitgevaardigd vanwege bewezen kankerverwekkende eigenschappen. Wel kreeg nu die stortplaats van de DCMR het odium van “spoedlocatie” vanwege onaanvaardbare verspreidingsrisico’s. Een deel van de Hartelstrook is dan ook gesaneerd, een ander deel van de verontreiniging is ingepakt in een damwand. Daar zal het best een jaar of dertig veilig liggen, daarna krijg je natuurlijk weer kans op verdere verspreiding door scheurtjes, verzakkingen enz. De omgeving werd gesust, de gemeente Westvoorne legde er zelfs een waterspeelplaats voor kinderen aan. De Mus bedoelt de noordoever van het Oostvoornse Meer, op een steenworp afstand van de giflocatie.

Waar blijft zwaar vervuilde grond? De met xyleen en tolueen vervuilde grond, een laag van 4 meter dik uit de ondergrond van een nieuwbouwwijk in Lekkerkerk, is naar mijn beste weten destijds afgevoerd naar de kleiputten in België. Daar zou het tot in eeuwigheid blijven. België? Zou ons chemisch afval na jarenlange verdunning inmiddels weer terug kunnen naar ons land als die lichtverontreinigde baggerspecie en die lichtverontreinigde grond van bouwlocaties om met miljoenen tonnen gestort te worden in de grindgaten van de Maas en de Waal. Werk met werk maken, nieuwe natuur, leuk verdienen? Chemisch afval is volgens de heersende regelgeving na jarenlange verdunning immers geen chemisch afval meer. Maar wat vinden we er over vijftig jaar van?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *