Energietransitie: een ramp voor het Nederlandse landschap

Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft de Nederlandse regering een actief beleid gevoerd op snelle groei van de industralisatie en modernisering van de landbouw. Daartoe moesten zowel de lonen als de prijzen van voedsel laag blijven. De onwenselijke gevolgen van dit beleid manifesteren zich nog steeds, luister maar naar de klagende boeren en tuinders. Waar de overheid ook geen enkele aandacht aan schonk was het milieubeleid. Inmiddels heeft Nederland de op een na hoogste uitstoot van CO² per hoofd van de bevolking. Nu moet voor 2050 de uitstoot van CO² verlaagd worden tot 0 (nul). Nederland wil daarbij zichzelf de voortrekkersrol aanmeten en aan de wereld laten zien hoe snel wij het achterstallige milieuonderhoud gaan wegwerken. Dat lukt natuurlijk niet. Daarvoor is ons land al te veel beschadigd door de in sneltreinvaart teruggelopen biodiversiteit.
Nu het roer om moet vervalt de Nederlandse overheid in dezelfde fout. Aan milieubeleid wordt opnieuw niet gedacht, aan gevolgen van de geopolitiek (geothermie) ook niet, al het hete water moet uit de bodem en daar het retourwater zeer moeilijk terug te pompen valt, ligt een tweede Groningen op de loer.

Uit de presentatie over de Regionale Energie Strategie voor de gemeenteraad van Westvoorne woendag jl. blijkt dat bijvoorbeeld de voorschriften voor windmolens gaan versoepelen. Onze regering is daar in kleine kring heel duidelijk over. De molens kunnen dan dichter bij de kernen, de bedrijfsterreinen en de glastuinbouwgebieden worden geplaatst. Geluidshinder doet er niet toe, net als eerder de luchtvervuiling. Als er maar een plan komt waarmee Nederland in het buitenland goede sier kan maken.
Op alle daken moeten zonnepanelen. Waar de teveel opgewekte stroom op zonnige en winderige dagen moet blijven? Emma van Blom was de enige die er een vraag over stelde. Geen antwoord natuurlijk. Dat was niet aan de orde. En waar ook niet over gesproken mocht worden was het Rotterdamse haven- en industriegebied. Daar wordt op dit moment al volop geëxperimenteerd met waterstofgas. Maar woningen krijgen geen groen gas, dat blijft voorbehouden aan de industrie en het transportwezen. Hetzelfde geldt voor de import van aardgas.
De heer Van de Brandt van D66 wil nog wel een extra rij windmolens in het Vogelrustgebied om te voorkomen dat ze in de polders komen. Daar hoeft de heer Van de Brandt zich geen zorgen over te maken. Als het kon hadden ze er allang gestaan, onze bestuurders slaan zich op de borst dat ze het voor de poorten van de hel hebben kunnen voorkomen. Niet waar hoor. Het eiland Voorne-Putten is een officieel militair laagvlieggebied en dat heeft een beschermende werking, althans tegen windmolens.
In onze befaamde laagveengebieden kunnen bij verdere vernatting zonneakkers worden ingericht. Zo gaat de Holle Mare bij Zwartewaal toch nog naar de gallemiezen.

Sommigen van mijn lezers zullen zeggen de Mus was toch altijd zo voor het milieu. Ja, al sinds het begin van de zestiger jaren toen de aankondiging van grote industriële projecten in Rotterdam nog tussen de huwelijksaankondigingen hingen. Moet er dan niets gebeuren voor het milieu? Ja, maar niet zo. De trap moet van bovenaf worden schoongeveegd. Industrie en landbouw zijn de grootste vervuilers. Onze leefomgeving draagt daarvan de gevolgen. En wie wordt er het hardste aangepakt? De burger die al jarenlang trouw naar de glasbak sjokt en braaf consumeert wat hem aan goedkope zooi wordt voorgezet. Veel heeft dat het milieu niet geholpen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *