“Onbeschrijfelijke wanorde” is wel een goede omschrijving van het Westvoornse politieke bedrijf

“Wij brengen orde in een onbeschrijfelijke wanorde”, zei wethouder J. de Jongh van Gemeentebelangen Westvoorne (GBW) in een gezamenlijke commissievergadering van 4 maart jl. Mus dacht dat die uitspraak betrekking had op het reilen en zeilen van het bestuur van Westvoorne in zijn algemeenheid. Je hoort tegenwoordig allerlei rarigheid opborrelen over de bestuurlijke inner circle, vooral uit de jaren 2014-2018. Maar nee, het sloeg voornamelijk op de verhuur van gemeentelijke accomodaties voor het verenigingsleven. De gemeente wil voor het jaar 2019 € 70.000 genereren uit de verhuur en daartoe moeten voor een aantal verenigingen de huursommen drastisch omhoog. De getroffen verenigingen worden – als Mus het tenminste goed begrijpt – gecompenseerd met een subsidie van € 23.000 in totaal voor de komende twee jaar. Rare geschiedenis, maar eigenlijk wel tekenend voor staande beleid in Westvoorne, wie toegang heeft tot de meest invloedrijke personen bij de gemeente Westvoorne heeft de meeste kans van slagen. Zo kon het gebeuren dat sommige verenigingen bij de huur van locaties met hun neus in de boter vielen en anderen weer niet.

Spil in dit spel was dikwijls GBW, in de vorige raadsperiode uitgeschakeld door een splitsing met het nieuwe Inwonersbelang Westvoorne (IBW) als gevolg. Het oude GBW zit sinds een jaar weer op fluweel en moet nu gedogen dat hun uit Hellevoetssluis afkomstige wethouder De Jongh orde op zaken gaat stellen. Het GBW zit nu met geknepen billen in de wetenschap dat het bij nieuwe verkiezingen stemmen gaat kosten. En die gaan dan natuurlijk weer naar de concurrentie, het IBW en de Partij Westvoorne (PW).

Er is een ding dat blijft en dat is de cultuur van vriendjespolitiek en winstbejag, welke partij je ook neemt, met uitzondering wellicht van de PvdA. Het zit klaarblijkelijk diep in de vezels van de Westvoornse politieke gesteldheid. Neem GBW, overgekomen uit Oostvoorne waar de club jarenlang de verkiezingen in ging als Gemeentebelangen/VVD. Neem het CDA die het algemeen belang altijd ondergeschikt maakt aan de glastuinbouw en het overige agrarische bedrijfsleven. Recent voorbeeldje: “de glastuinbouw heeft veel sneller snel internet nodig”, volgens het CDA-raadslid Groeneveld. De burgers in het buitengebied moeten daaraan bijdragen door nu tegen veel te hoge kosten in te stemmen met de aansluiting op een nieuw glasvezelnet. Want tenminste 50% van de Westvoornse bevolking in het buitengebied moet meedoen met de glasvezel, anders kunnen de verlangens van de glastuinbouw niet worden vervuld.
En hoe het met de verenigingen afloopt? Die verdwijnen langzaam maar zeker. Want de tijden veranderen.
Mijn laatste opmerkingen lijken een zijspoor, maar zijn het niet. In Westvoorne bestaat geen algemeen belang, maar worden de wensen van enkelen vervuld.

Wietwolken over Tinte? Nederlandse glastuinbouw wil wiet.

Als we de Volkskrant mogen geloven en waarom zouden we dat niet, wil de Nederlandse glastuinbouw grootschalig wiet (marihuana) gaan telen. Dat zit zo. In Canada heeft de regering toestemming gegeven aan de glastuinbouw daar om op grote schaal wiet te gaan telen voor de wereldmarkt. En dat gebeurt op dit moment met behulp van Nederlandse kassenbouwers en Nederlandse technologie. Er zijn Nederlandse toeleveranciers voor die bedrijfstak die al een derde van hun omzet in Canada halen. Daar zijn de Nederlandse glastuinders erg van geschrokken. Het grootste deel van de wereldhandel in glastuinbouwproducten dus ook in wiet behoort Nederland toe, vinden zij. En nu zou Canada met de gegarandeerd zeer winstgevende productie van wiet op de loop gaan? Dat kan natuurlijk niet getolereerd worden. De Nederlandse regering moet om. De regels moeten soepeler. Maar of het CDA voor de verkiezingen op 20 maart a.s. nog instemt? De Mus waagt het te betwijfelen.

Stelt U zich een voor. Wiet in de polders van Tinte en Vierpolders. Als de kassen bij oplopende temperaturen gelucht moeten worden en de uitnodigende wietgeuren zich verspreiden over Ruigendijk, Konneweg en Prinsenweg. Dat wordt nog hossen in de polder of slapen net hoe u reageert op deze oude drug, minstens zo oud als de gelegaliseerde alcohol.
Mus vindt het toch een beetje raar idee als straks de wiet profiteert van de heet water voorraden in de diepe ondergrond van Voorne. Die hebben we na de energietransitie toch nodig voor de verwarming van onze dorpen en voor de teelt van onze tomaten en paprika’s. Ach u moet maar denken, tomaten, paprika’s en aubergines waren vroeger ook exoten en nu beheerst de Nederlandse glastuinbouw de wereldmarkt er mee. En geef toe Tinte en Vierpolders hebben de haven van Rotterdam onder handbereik voor de distributie. Daar zijn ze er trouwens al aan het verspreiden van geestverruimende middelen gewend.
De glastuinbouw moet de kans krijgen zich te verbreden. Daar werken de provincie Zuid-Holland en de gemeent Westvoorne al hard aan. Aan de Konneweg in Tinte is al een grote caravanstalling verrezen, er staat al een en kookvoorlichtingscentrum. Het ligt toch voor de hand daar een wiet voorlichtingscentrum aan toe te voegen. Krijgen we wellicht eindelijk eens een paar afgewogen recepten voor spacecakes.

Westvoorne in de “green destionation top 100”???

Onze kwaliteitskrant AD Voorne-Putten kopte dezer dagen opgewonden iets als de kust van Voorne wint de eerste prijs als: “groenste en duurzaamste natuurgebied ter wereld”. Hé, hoe kan dat nou, dacht de Mus, met de kennis die zij heeft van de deplorabele toestand waarin Voorne’s Duin verkeert. Het AD gaf daar verder geen antwoord op maar Google wist het wel. Westvoorne, Goeree, Schouwen-Duiveland en Veere hebben in 2018 de “quality Coast Award” gewonnen, toegekend door de “Green Destination Top van de “Green Destination and TravelMole’s Vision” op duurzaam toerisme. Dat was een heleboel Engels voor een commerciële organisatie waar o.a. Westvoorne geld aan doneert om elk jaar de “blauwe vlag” te mogen hijsen voor het schoonste strand of zo.
“De beste duurzame kustbestemming wereldwijd” stond er nog. Cascais in Portugal werd ook nog genoemd. Daar kun je inderdaad spectaculair heerlijk surfen op atlantisch hoge golven. Alleen moet je met je surfboard wel slalommen tussen de hondendrollen voor je de zee kunt bereiken. Heel duurzaam natuurlijk, een bemest strand.

Wat de Mus nu zo ergerde aan het hosanna-geroep waren de reacties van de autoriteiten van Westvoorne en Natuurmonumenten op de toegekende wereldwijde prijs.
Neem nu burgemeester De Jong van Westvoorne. Liep naar eigen zeggen al in de 80-er jaren van de vorig eeuw door Voorne’s Duin om rust te zoeken. Hij verwelkomt uiteraard al die natuurliefhebbers om te komen struinen in de duinen. Maar hoe zit het met de rust? Gaf deze burgemeester niet hoogst persoonlijk een vergunning voor carbidschieten in Voorne’s Duin. En het hoe zit met de jaarlijkse motorraces die in de broedtijd gehouden worden op het 1ste en het 2de Slag van Rockanje. En wat te denken van de fourwheeldrive wedstrijden op het strand, of de nagenoeg wekelijkse strandfeesten tijdens het badseizoen. Echt rustgevend toch?

Het meest geërgerd heeft mij de boswachter van Natuurmonumenten Ted Sluijter die je – ongetwijfeld in opdracht van zijn organisatie – nooit hoort als die natuurgebieden worden bedreigd. Waar is Natuurmonumenten als Voorne’s Duin wordt aangetast door de aanleg van de Tweede Maasvlakte, of de bouw van twee kolencentrales op de Eerste Maasvlakte of als naast Voorne’s Duin een veehouderij dreigt te worden uitgebreid van 70 naar 380 stuks melkvee? De heet Sluijter gaf hoog op over het open maken van de natuurgebieden door het afgraven van de met stikstof vervuilde bodem in de duingebieden. Een operatie die Voorne’s Duin noodlottig is geworden. In Voorne´s Duin loopt, inclusief de reeën, zoveel vee dat na de bulldozer de dunne kruidlaag nog verder wordt vertrapt. Noem dat maar eens natuurbeheer.

Mus las een poosje geleden dat het Havenbedrijf Rotterdam bijenkasten had geplaatst bij het Oostvoornse Meer en langs de A 15 een bloemenmengsel had ingezaaid als voedselbron voor de diertjes. Ik neem aan dat we straks een studie kunnen verwachten naar de resultaten van dit experiment door het Field Lab Green Economy bij het Oostvoornse Meer.”Hét podium voor duurzame initiatieven op het snijvlak van economie, wetenschap, natuur en recreatie”. Rotterdam weet het zo mooi te verkopen: Voorne-Putten als wingewest voor het haven industrieel complex.
En burgemeester De Jong krijgt natuurlijk het eerste potje honing.