Winningsgebied Vierpolders

Slaat de Mus de Heraut van Westvoorne open om een graantje mee te pikken, stuit ze op een advertentie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat: “kennisgeving ontwerp instemmingsbesluit winningsplan Vierpolders voor de winning van aardwarmte”. Bij mijn weten proberen ze dat daar al vijf jaar lang met wisselend succes. Maar de advertentie is daar eerlijk over. “Een groot deel van de vergunninghouders wint al langere tijd aardwarmte zonder dat er een instemmingsbesluit is afgegeven en zonder dat er een winningsplan is opgesteld.” Kennelijk heeft de glastuinderij in Nederland de vrije hand. Eerder werd het oppervlaktewater op schandelijke wijze vervuild door lozingen met schadelijke chemicaliën. Nu blijken er in Nederlandse bodem al zo’n 28 zwaar gesubsidiëerde gaten te zijn geboord om heet water te winnen ter verwarming van de kassen. Eén zo’n gat in Venlo is alweer gesloten wegens het veroorzaken van een lichte aardbeving. Met Groningen in het achterhoofd zou je denken dat de rijksoverheid iets zou hebben geleerd. Maar nee, in de gepubliceerde stukken weer hetzelfde verhaal als toen: de bodem zal licht dalen, afhankelijk van de geraadpleegde deskundige met 3.4 tot 4.4 mm. Schade wordt niet verwacht.
Precies hetzelfde verhaal als bij de winning vaan aardgas En dan denk ik aan mijn overleden oude oom Berend Wieringa, wonende aan het Boterdiep in Bedum, die zo’n veertig jaar geleden vanuit de bodem ineens een scheur langs het kelderraampje omhoog zag kruipen. Schade door de gaswinning? “Welnee meneertje, bouwfouten”. Het huis stond toen al langer dan veertig jaar.

Maar nu Vierpolders. Eindelijk weten we nu waar te “produceren formatiewater” wordt gewonnen en wel voornamelijk onder het grondgebied van Westvoorne (lees Tinte) en Hellevoetsluis. Het terug te pompen water wordt geloosd buiten het wingebied en wel ten zuidoosten van Brielle onder grondgebied van Brielle (Vierpolders) en Hellevoetsluis. Dat doet me denken aan die meneer uit Vierpolders die zo’n last had van trillingen. Hij vermoedde afkomstig van het warmteproject aan de Moersaatsenweg alwaar het retourwater onder een druk van 66 bar terug in de bodem werd gepompt, als dat lukte tenminste. Er volgde onderzoek door de DCMR. Er waren trillingen maar die bleven binnen de norm en de oorzaak onbekend.
Nu woont de Mus blijkens het winningsplan boven het wingebied. Van tijd tot tijd voelt ze trillingen, niet van de buren maar kennelijk opstijgend vanuit de diepte. DCMR gebeld. Er bleken meer klachten te zijn. Er werd een onderzoek gestart, oorzaak niet gevonden. En nu heeft de Mus toch weer zo haar vermoedens.

Het winningsplan beslaat een tijdperk van 35 jaar waarin 70.9 miljoen m3 heet water uit de diepe ondergrond zal worden gehaald, vergezeld van evenveel m3 aardgas. Naast het winningsplan Vierpolders ligt het winningsplan Oostvoorne aan de Konneweg. Winningsplan Vierpolders wordt overlapt door een concessie voor de winning van koolstoffen (lees gas en of olie), waar gezien het beleid om kleine velden leeg te pompen om Groningen verder te sparen ook gepompt gaat worden, bestaande winningsgebieden voor olie en gas liggen op minder dan 10 km. afstand van Vierpolders. Het is raar, maar de Mus gelooft niet zo in het scenario van “gaat u maar rustig slapen” zoals dat door EZK wordt voorgespiegeld.
En of het allemaal zo milieuvriendelijk Is? Daar laat de Mus in een vervolg op dit drama in een volgend stukje haar licht over schijnen.

Zwaaien

Wat merk je als patiënt – ik bedoel cliënt, want zo heet je hier – van de toestand om je heen? Weinig eigenlijk. Kwam het eten stipt

Vanaf de eerste etage van een revalidatieinrichting in Spijkenisse kijkt de Mus naar buiten. Daar staan mensen te zwaaien naar de ramen, verlangend om contact te maken. In huis heerst meneer COVID. Patienten op hun kamer, mogen er niet uit en ontvangen geen bezoek. Het Musje krijgt tranen in de ogen bij het zien van het zichtbaar gemaakte verlangen om elkaar vast te houden. Maar een nieuw soort vliegende tering voorkomt dat.

Wat merk je als tijdelijk bewoner van zo’n inrichting. Ten eerste de voelbare paniek, want hoe krijgen we de zaak onder controle. Daarna begon de ijzeren regelmaat van de tijden waarop het eten wordt geserveerd als er iemand van de crew ziek wordt. Ontbijt stipt om half negen kan zomaar half tien worden. De kous arriveert niet. Een passende rolstoel komt niet aan. Meestal lijkt het of er niets veranderd. Soms verzorgers die je nog nooit hebt gezien. Hoewel, het is toch moeilijk want iedereen loopt gemaskerd rond. De Mus ook als ze eens met uitzondering van de kamer mag. Een enkele keer zie je blauwe ogen maar meestal bruine in alle variëteiten. Waar heb ik die stem eerder gehoord. En dan het gekraak van het plastic waar iedereen in gehuld is. Vreemde gewaarwordingen in tijden van COVID. En voor het overige gaat alles zijn gangetje. Eigenlijk bewonderenswaardig.

Hoe het nu met Mus gaat. Redelijk wel. Dank u. Inplaats van de grasmaaier een poosje het looprek, de rollator of de rolstoel. Nu ook voorzichtig de iPad. Er valt wel wat te schrijven. Over het volstrekt idiote besluit van het gas af te gaan maar wel biomassainstallaties zwaar subsidiëren. Waren er op Voorne al trillingen gevoeld? En niemand weet waar ze vandaan komen? O, er is zoveel.

Pandemie

Nadat het coronavirus met carnaval Brabant is binnengehost, alaaf, kwam onze minister-president/acteur maandagavond j.l. melden dat zijn strategie om verspreiding van het coronavirus tot redding van de economie jammerlijk was mislukt. Hoeveel patiënten met corona Nederland zal tellen? We zullen het niet weten. De teller is gestopt. Het verhaal was nu dat gelukkigerwijs velen van ons de nieuwe griep zullen krijgen om zo een cordon sanitair te bouwen rond de arme oudjes en andere kwetsbaren. Dat moet velen van ons het gevoel geven toch bij te dragen aan de gemeenschap. Covid 19 voor het goede doel.

Pandemieën zijn voor Nederland niet nieuw en dan wil de Mus het niet hebben over de pest en de cholera maar over bijvoorbeeld 1957 toen de A-griep, ook uit China, vaardig werd over de wereld. Mus lag in het kraambed net bevallen van een mooie dochter. Na vijf dagen hoge koorts. Nimmer meer een dokter zo snel aan mijn bed gezien. Het was volgens hem niet ernstig, het was een nieuw soort griep die zich razendsnel verspreidde. De kraamheer, een journalist, werkte in die tijd bij het Haags Dagblad. Hij belde met de Haagse GGD. Hij proefde een nieuwtje. Hij werd direct doorverbonden met de directeur die mede deelde”: “Ja meneer Edzes en over een week ligt half Nederland met de nieuwe griep in bed”. Nee, het Haags Dagblad heeft het stukje niet gepubliceerd. De chef-redacteur was meer van de kunst en niet van een ordinaire griep. Maar een goeie journalist is niet voor een gat te vangen. Hij telexte zijn stukje door naar het Amsterdamse Parool waar het vet op de voorpagina verscheen. En ja hoor, de voorspelling van de GGD-directeur over half Nederland werd bewaarheid. Brak toen de tering uit in Nederland zoals heden ten dage? Welnee.

Zoals te verwachten kreeg de kraamheer de dag na publicatie ook de griep. Daar lagen wij bij elkaar in het kraambed met de baby tussen ons in. Gelukkig kregen wij nog kraamhulp. Dat was in die tijd nog zo. Alleen kwamen er wel drie verschillende kraamverzorgsters per dag, want de vrouwen bezweken bij bosjes. Wel brachten ze de A-griep van gezin tot gezin en werkten zo mee aan het cordon sanitair rond de kwetsbare medemens. Of zoals de heer Rutte het gisteravond zo mooi zei: “het resistent maken van de bevolking.”
Vielen er doden? Ja. Maar de meesten zieken knapten weer op. Tekorten aan ziekenhuisbedden? Daar werd niet over gerept. Er werden in die tijd ook niet zoveel ziekenhuizen overbodig verklaard zoals nu. Meneer Rutte, waar bent u?