Zwaaien

Wat merk je als patiënt – ik bedoel cliënt, want zo heet je hier – van de toestand om je heen? Weinig eigenlijk. Kwam het eten stipt

Vanaf de eerste etage van een revalidatieinrichting in Spijkenisse kijkt de Mus naar buiten. Daar staan mensen te zwaaien naar de ramen, verlangend om contact te maken. In huis heerst meneer COVID. Patienten op hun kamer, mogen er niet uit en ontvangen geen bezoek. Het Musje krijgt tranen in de ogen bij het zien van het zichtbaar gemaakte verlangen om elkaar vast te houden. Maar een nieuw soort vliegende tering voorkomt dat.

Wat merk je als tijdelijk bewoner van zo’n inrichting. Ten eerste de voelbare paniek, want hoe krijgen we de zaak onder controle. Daarna begon de ijzeren regelmaat van de tijden waarop het eten wordt geserveerd als er iemand van de crew ziek wordt. Ontbijt stipt om half negen kan zomaar half tien worden. De kous arriveert niet. Een passende rolstoel komt niet aan. Meestal lijkt het of er niets veranderd. Soms verzorgers die je nog nooit hebt gezien. Hoewel, het is toch moeilijk want iedereen loopt gemaskerd rond. De Mus ook als ze eens met uitzondering van de kamer mag. Een enkele keer zie je blauwe ogen maar meestal bruine in alle variëteiten. Waar heb ik die stem eerder gehoord. En dan het gekraak van het plastic waar iedereen in gehuld is. Vreemde gewaarwordingen in tijden van COVID. En voor het overige gaat alles zijn gangetje. Eigenlijk bewonderenswaardig.

Hoe het nu met Mus gaat. Redelijk wel. Dank u. Inplaats van de grasmaaier een poosje het looprek, de rollator of de rolstoel. Nu ook voorzichtig de iPad. Er valt wel wat te schrijven. Over het volstrekt idiote besluit van het gas af te gaan maar wel biomassainstallaties zwaar subsidiëren. Waren er op Voorne al trillingen gevoeld? En niemand weet waar ze vandaan komen? O, er is zoveel.

Pandemie

Nadat het coronavirus met carnaval Brabant is binnengehost, alaaf, kwam onze minister-president/acteur maandagavond j.l. melden dat zijn strategie om verspreiding van het coronavirus tot redding van de economie jammerlijk was mislukt. Hoeveel patiënten met corona Nederland zal tellen? We zullen het niet weten. De teller is gestopt. Het verhaal was nu dat gelukkigerwijs velen van ons de nieuwe griep zullen krijgen om zo een cordon sanitair te bouwen rond de arme oudjes en andere kwetsbaren. Dat moet velen van ons het gevoel geven toch bij te dragen aan de gemeenschap. Covid 19 voor het goede doel.

Pandemieën zijn voor Nederland niet nieuw en dan wil de Mus het niet hebben over de pest en de cholera maar over bijvoorbeeld 1957 toen de A-griep, ook uit China, vaardig werd over de wereld. Mus lag in het kraambed net bevallen van een mooie dochter. Na vijf dagen hoge koorts. Nimmer meer een dokter zo snel aan mijn bed gezien. Het was volgens hem niet ernstig, het was een nieuw soort griep die zich razendsnel verspreidde. De kraamheer, een journalist, werkte in die tijd bij het Haags Dagblad. Hij belde met de Haagse GGD. Hij proefde een nieuwtje. Hij werd direct doorverbonden met de directeur die mede deelde”: “Ja meneer Edzes en over een week ligt half Nederland met de nieuwe griep in bed”. Nee, het Haags Dagblad heeft het stukje niet gepubliceerd. De chef-redacteur was meer van de kunst en niet van een ordinaire griep. Maar een goeie journalist is niet voor een gat te vangen. Hij telexte zijn stukje door naar het Amsterdamse Parool waar het vet op de voorpagina verscheen. En ja hoor, de voorspelling van de GGD-directeur over half Nederland werd bewaarheid. Brak toen de tering uit in Nederland zoals heden ten dage? Welnee.

Zoals te verwachten kreeg de kraamheer de dag na publicatie ook de griep. Daar lagen wij bij elkaar in het kraambed met de baby tussen ons in. Gelukkig kregen wij nog kraamhulp. Dat was in die tijd nog zo. Alleen kwamen er wel drie verschillende kraamverzorgsters per dag, want de vrouwen bezweken bij bosjes. Wel brachten ze de A-griep van gezin tot gezin en werkten zo mee aan het cordon sanitair rond de kwetsbare medemens. Of zoals de heer Rutte het gisteravond zo mooi zei: “het resistent maken van de bevolking.”
Vielen er doden? Ja. Maar de meesten zieken knapten weer op. Tekorten aan ziekenhuisbedden? Daar werd niet over gerept. Er werden in die tijd ook niet zoveel ziekenhuizen overbodig verklaard zoals nu. Meneer Rutte, waar bent u?

Druppelen

Vanmorgen belde een meneer van het Centraal Bureau voor de Statistiek om mij nader te bevragen naar aanleiding van een enquête die ik eerder had ingevuld. Of ik nog inkomsten had uit arbeid, dan wel belangen in of inkomsten uit een bedrijf o.i.d. Nee dus. “Dan kan nu uw dossier sluiten”, sprak de meneer en even voelde de Mus zich of zij ten grave werd gedragen.
Dat werd er niet beter op na lezing van de Groene Amsterdammer, al langer dan zestig jaar mijn geliefde weekblad, over het gat tussen de zelfstandig wonende bejaarde en het verpleeghuis en over het gebrek aan alternatieve behuizingen voor die groeiende groep mensen. Aukje van Roessel ging op bezoek bij een GDO (Groepswonen Door Ouderen). Als daar een plaats vrijkomt door het wegvallen van een bewoner beslissen de achterblijvers wie die plaats mag innemen. Haar werd aangereden zich nu al in te schrijven voor een dergelijke woonvorm, want men had liever zestigers dan tachtigers. Want dan konden de jonkies de meer hulpbehoevenden helpen met voortleven. Zover is het in dit land onder het neoliberalisme dus gekomen.
Laat Mus een voorbeeld geven uit eigen praktijk. Zij kreeg een oorontsteking. De balie van het medisch centrum schreef na telefonisch contact oordruppels voor. En krijg die maar eens op de juiste wijze in je oor. De bijsluiter: “Ga op uw zij liggen en druppel drie druppels in uw gehoorgang. Raak daarbij met druppelaar uw oor niet aan want anders wordt de druppelaar besmet met de bacteriën uit uw oor. Trek het oor naar achteren en tegelijkertijd naar boven om de ingang van de gehoorgang wijder te maken en blijf tien minuten op uw zij liggen. Ik geef het je te doen. U kunt dit beter met z’n tweeën doen, zegt de bijsluiter. Vraag eventueel hulp aan uw omgeving. En daar wringt natuurlijk de schoen als je omgeven bent door werkers die ‘s morgens hun huis verlaten en daar ‘s avonds weer in terugkeren. Het bleef dus tobben voor de Mus met die besmette druppelaar.
De thuishulp? Die is daar niet voor. Het gaat om een medicijn dat moet worden toegediend door een verpleegkundige en die zijn in de thuiszorg niet dik gezaaid, ook te duur allemaal natuurlijk. En dan is het handig als je in je woongroep een kwieke zestiger als Aukje van Roessel bij de hand hebt.
En zo tobt de participatiemaatschappij verder. Over de inrichting daarvan is nauwelijks nagedacht. Iedereen moet straks in het neoliberale model tenminste tot z’n 67-ste werken en daarna is er niemand meer te vinden die gratis en voor niks je broek op komt halen als dat nodig is.